Een licht verstandelijke beperking (LVB)

“Jongeren met een licht verstandelijke beperking hebben niet per definitie problemen, het zijn over het algemeen juist vrolijke, enthousiaste, eerlijke mensen. Maar ze zijn wel extra kwetsbaar voor het ontwikkelen van (gedrags)problemen.”

Kinderen met een licht verstandelijke beperking worden ook wel 'moeilijk lerende' kinderen genoemd. Een verstandelijke beperking wordt gemeten in IQ (intelligentie quotiënt). Kinderen met een IQ tussen de 50-85 zijn licht verstandelijk beperkt. Het IQ van gemiddeld begaafde kinderen ligt rond de 100.

Kinderen met een licht verstandelijke beperking zijn vaak beperkter in hun sociale vaardigheden. Het is een blijvende beperking waar goed mee te leren leven is. Vooral sociale vaardigheden, maar ook het omgaan met emoties kunnen worden aangeleerd.

Overvraging

Kinderen met een licht verstandelijke beperking zijn vaak heel goed in het verbergen van hun beperking(en). Ze zullen niet snel toegeven en accepteren dat ze langzaam leren of niet echt handig zijn in sociale situaties.

Vaak verbergen zij hun beperking door maar snel aan te geven dat ze iets begrepen hebben of door te zeggen dat ze een opdracht heel goed aankunnen. Zij moeten daardoor voortdurend op hun tenen lopen en dat brengt stress met zich mee. Ze hebben moeite om informatie, prikkels van buiten en situaties te begrijpen. En kunnen daarom niet goed bevatten wat gezegd wordt of wat er gebeurt. Zij hebben meer tijd én uitleg nodig om dingen te snappen en te kunnen volgen. Ook de wijze waarop zij leren is anders dan bij andere kinderen.

Kenmerken van een licht verstandelijke beperking

Er zijn een aantal praktische tips hoe u een licht verstandelijk beperking bij uw kind kunt herkennen:

  • Een IQ tussen de 50 en 85.
  • Moeite met het begrijpen van (gesproken) taal.
  • Moeite met het begrijpen van spreekwoorden of grapjes.
  • Moeite met schrijven en het maken van rekensommen.
  • Moeite met het uiten en herkennen van emoties bij anderen.
  • Reageren vaak met (hevige) emoties op emoties van anderen, zonder eerst na te denken.
  • Niet abstract kunnen denken (tijd, grootte en ruimte).
  • Als hen iets op een bepaalde manier is aangeleerd, kunnen zij dit in een andere situatie niet op
    dezelfde manier herhalen.
  • Zo normaal mogelijk willen zijn, erbij willen horen en daardoor gemakkelijk te beïnvloeden.
  • Moeite met het aangaan en onderhouden van vriendschappen.
  • Last hebben van faalangst, waardoor zij zichzelf onder- en overschatten.
  • Moeite met leren vanuit ervaringen en het doorzien van situaties.
  • Overzien slecht of helemaal niet de oorzaak en gevolgen van hun eigen gedrag en dat van
    anderen.
  • Ze reageren vanuit hun gevoel, zonder eerst na te denken.

Meer informatie over omgaan met een licht verstandelijke beperking kunt u lezen in de folder ‘Mijn kind heeft een licht verstandelijke beperking’.